Verklaring Vloeistofdichte VoorzieningDiverse activiteiten binnen bedrijfsprocessen kunnen leiden tot bodemverontreiniging. De overheid staat deze activiteiten toe, mits er voorzieningen en/of maatregelen worden getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen.Activiteitenbesluit De activiteiten waaraan de overheid bepaalde eisen stelt, zijn benoemd in het Activiteitenbesluit dat op 1 januari 2008 van kracht is geworden. Dit Activiteitenbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) waarin elf eerdere AMvB's en het Besluit opslaan ondergrondse tanks zijn samengevoegd. Sinds het van kracht worden van het Activiteitenbesluit moet een veel groter aantal activiteiten voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit onderscheidt drie typen bedrijven:
In het Activiteitenbesluit zijn zo veel mogelijk doelvoorschriften opgenomen. Deze doelvoorschriften leggen een kwantitatieve eis vast, bijvoorbeeld het voorkomen van bodemverontreiniging. In een aparte ministeriële regeling zijn middelenvoorschriften opgenomen. Hierin staan (technische) middelen beschreven waarmee bedrijven kunnen voldoen aan de relevante doelvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. ![]() Vloeistofdichte voorziening In sommige gevallen vereist de overheid een aantoonbare vloeistofdichte voorziening. Het kan gaan om een voer, wand of verharding, een bedrijfsriolering of een geomembraanbaksysteem. De vloeistofdichtheid van een voorziening kan worden aangetoond met een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening. Deze Verklaring wordt afgegeven als het resultaat van een inspectie volgens de CUR/PBV-Aanbeveling 44 (vierde herziene uitgave) 'Beoordeling vloeistofdichtheid van vloeistofdichte voorzieningen' dusdanig is dat de voorziening als vloeistofdicht wordt aangemerkt. Inspectie QSI is geaccrediteerd voor het inspecteren van vloeistofdichte voorzieningen en het afgeven van een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening (voorheen PBV- verklaring). |



.jpg)