Vloer- en wandverharding
Een vloer, wand of verharding (buiten) wordt als vloeistofdicht aangemerkt indien deze voldoet aan de eisen die zijn vastgelegd in de CUR/PBV-Aanbeveling 44 (vierde herziene uitgave).
Tijdens de inspectie van de voorziening door QSI kunnen schadebeelden worden geconstateerd die als volgt worden geclassificeerd:- onvolkomenheid: een beschadiging of andere bijzonderheid in of aan de voorziening waardoor de vloeistofdichtheid van de voorziening niet in het geding komt;
- gebrek: een gebrek is een onvolkomenheid waardoor de voorziening niet vloeistofdicht is
Naar aanleiding van de uitgevoerde inspectie wordt een rapportage opgesteld waarin het resultaat van de inspectie wordt omschreven.
Procedure De procedure om te komen tot afgifte van een Verklaring Vloeistofdichte Voorziening is als volgt:- Indien de voorziening voldoet aan de eisen uit de CUR/PBV-Aanbeveling 44 (vierde herziene uitgave), verstrekt QSI als bijlage bij het rapport de Verklaring Vloeistofdichte Voorziening;
- Indien de voorziening na de inspectie niet als vloeistofdicht wordt aangemerkt, moet de eigenaar de geconstateerde gebreken binnen een termijn van zes maanden herstellen en gereed melden. Na deze melding wordt een herinspectie op de gerepareerde gebreken uitgevoerd. De gerepareerde gebreken worden als vloeistofdicht aangemerkt indien deze voldoen aan de CUR/PBV-Aanbeveling 44 (vierde herziene uitgave). Indien de voorziening na herinspectie voldoet aan de eisen uit de CUR/PBV-Aanbeveling 44 (vierde herziene uitgave), verstrekt QSI als bijlage bij het rapport de Verklaring Vloeistofdichte Voorziening.
|